Feedback geven

Feedback geven

Feedback is het geven van een reactie op het functioneren, het gedrag of de prestaties van iemand. Die iemand kan een collega zijn, maar ook een ondergeschikte. Op de juiste manier geuite feedback is onmisbaar in samenwerkingsverbanden. Men moet elkaar kunnen zeggen wat de ander niet goed of juist heel goed doet. Alleen dan is er sprake van sturing van elkaar. Het gedrag van anderen in een samenwerking is ook direct van invloed op jouw gedrag. (als iemand in een team de kantjes eraf loopt, dan ga je je daar op een bepaald moment aan storen. Vervolgens ga je bij gelegenheid hetzelfde gedrag vertonen).

Wel een competentie

Op het eerste gezicht lijkt feedback geven niet echt een competentie. Toch is het dat wel. Niet iedereen is namelijk in staat op een constructieve manier te communiceren. Deze competentie wordt dan ook vaak verward met advies geven, commentaar leveren of kritiek uiten. Dit zijn meer vormen van (ver)oordelen, zonder te praten over een oplossing, aanpassing of de gevolgen. Mensen die in staat zijn de ander de ruimte te geven zelf oplossingen te bedenken en zo gedrag aan te passen hebben deze competentie wel.

Een ander woord voor feedback is -terugkoppelen-. Je kunt positieve en negatieve feedback geven. Positieve kan gezien worden als een aanmoediging door te gaan op de ingeslagen weg. Met negatieve feedback probeer je inefficiënt- of ongewenst gedrag te beïnvloeden. Hierbij zoek je samen naar een oplossing. De ander moet met de antwoorden komen. Als je zelf advies gaat geven, dringt de terugkoppeling vaak niet tot de ander door. Door de ander zelf te laten nadenken komt het veranderingsproces pas echt opgang. Wanneer je vanuit je feedback eisen gaat stellen, dan ga je je doel voorbij. De ander zal eerder de hakken in het zand zetten.  

Feedback geven kan gevraagd en ongevraagd.

Aandachtspunten voor  het geven van feedback



  1. Geef alleen gedrag aan wat te veranderen is. (iemand die dyslectisch is gaat na feedback niet ineens foutloos schrijven)
  2. Praat vanuit jezelf. (Het viel mij op.......)
  3. Wees concreet en specifiek over hetgeen je opgevallen is.
  4. Vertel welk effect het gedrag van de ander op jou heeft.
  5. Geef de ander de ruimte te reageren.
  6. Praat over eventuele oorzaken en ontdek samen oplossingen.

Reactie plaatsen